|
-Hoofdstuk 1 : Kindermishandeling
- Hoofdstuk 2: Seksueel misbruik van
minderjarigen.
- Hoofdstuk 3: De rechtsgang.
- Hoofdstuk 4: De politiek.
-Slot
Voorwoord
Wij doen dit werkstuk als een vervolg
op ons werkstuk van vorig jaar. Toen deden we het enkel over
seksueel misbruik van minderjarigen, nu hebben we het uitgebreid
met kindermishandeling. Wij zijn met name geïnteresseerd
in dit onderwerp omdat we beide dol zijn op kinderen en dit
geen enkel kind gunnen. Daarom wilden we uitzoeken hoe het
allemaal precies zit. We willen weten wat de kenmerken zijn,
hoe de rechtsgang verloopt en wat de politiek aan deze onderwerpen
kan en wil doen. Ook gaan we deze dingen vergelijken met hoe
het allemaal gaat in België Wat doen zij aan deze onderwerpen?
We hebben contact opgenomen met een aantal instanties
en we hebben een aantal politieke partijen gemaild. We hebben
alles uit de kast getrokken om dit alles tot een goed werkstuk
te maken. Het is namelijk een onderwerp dat je niet zomaar
eventjes in een werkstukje zet. Dit onderwerp moet goed en
uitgebreid behandeld worden. Het gaat namelijk over van de
ergste dingen die je kunt doen: het leven van een onschuldig
kind vernielen.
Wij zullen dit onderwerp zo goed mogelijk toelichten
en bespreken. Wij hopen dat de politiek dit ook doet en meer
maatregelen hiertegen neemt. Vooral nu ze onder druk worden
gezet door de pers, maar vooral uit morele en ethische overwegingen.
Wij hopen dat u door dit werkstuk meer in de gaten krijgt
hoe verschrikkelijk sommige mensen met kinderen omgaan.
Maar voordat we verder gaan met dit werkstuk moeten we eerst
een aantal mensen bedanken die aan ons werkstuk hebben meegewerkt.
Onze grootste dank gaat uit naar Buro Zoeklicht. Zij hebben
ons verschrikkelijk goed geholpen met het toelichten van dingen,
met telefoonnummers en de gewone informatie die we nodig hadden.
Ook willen we Marcel Vervloesem van de groep Morkhoven uit
België bedanken voor zijn informatie. Verder zijn er
ook nog Jos van der Aa, van het politiebureau Wilhelminapark,
afdeling zeden, dhr Nicolaï van de VVD, dhr Van Nistelrooy
van het CDA, dhr Dittrich van D66 en met name Jan Hamming
van de PvdA, die ons de videoband over het Marietje Kesselsproject
toestuurde. Maar ook Johan Deneyer was zeer toeschietelijk.
Hij mailde ons een 19 pagina’s tellend verslag over kindermishandeling
en seksueel misbruik van minderjarigen.
Ilona en Emma. terug
naar inhoudsopgave
1. Kindermishandeling
§ 1. Wat is kindermishandeling?
terug naar inhoudsopgave
We moeten even één ding duidelijk maken.
Als we het over kindermishandeling hebben, hebben we het ook
automatisch over verwaarlozing.
In 1981 maakte een man, Koers, een definitie van kindermishandeling.
Deze luidt als volgt: "We spreken van kindermishandeling
bij elke vorm van lichamelijke of emotionele geweldpleging
die kinderen overkomt, niet door ongeval, maar door toedoen
of nalatigheid van de ouders en/of de verzorgers, waarbij
afwijkingen bij het kind ontstaan of redelijkerwijze verwacht
mag worden." 1Eerder maakte de Amerikaan Prof.
D. Gil een bredere definitie op hoorzittingen van de Amerikaanse
Senaat betreffende de "Child Abuse Prevention Act"
in 1973. Gil (1978) beschreef kindermishandeling als volgt:
"Alle actieve daden van actie of verzuim door individuen,
instellingen of de maatschappij in zijn geheel, en alle gevolgen
van zulke daden of nalatigheden die kinderen beroven van hun
gelijke rechten en vrijheden en/of schade berokkenen aan hun
optimale ontwikkeling, vormen per definitie mishandelende
of verwaarlozende daden of omstandigheden." 2
Deze definitie is specifiek genoeg om lichamelijke en emotionele
mishandeling en verwaarlozing die voortkomt uit daden van
mishandeling of verwaarlozing van zowel de ouders en andere
individuele verzorgers als van instellingen zoals scholen,
jeugdrechtbanken, gevangenissen etc. te identificeren.
Er zijn verschillende soorten van mishandeling. Een vorm
daarvan is seksueel misbruik, maar omdat dat naar onze mening
een van de ergste vorm is, behandelen we die apart in dit
werkstuk. De overige vormen behandelen we onder de kop kindermishandeling.
Het is noodzakelijk verschillende vormen te definiëren
en te beschrijven, omdat het zo een betere behandelingswijze
geeft, het zo een betere therapie geeft, gespecialiseerd op
dat soort mishandeling, en het zo beter bestreden kan worden.
Er zijn vier verschillende soorten mishandeling:
- Lichamelijke mishandeling: dit betreft alle vormen van
niet-accidentele traumata bij kinderen door hun verzorgers.
- Verwaarlozing: dit is een zeer verraderlijke vorm van
kindermishandeling. Deze kan lange tijd onopgemerkt blijven
als er geen contact is met een dokter of verpleegster is.
De ouders/verzorgers laten het hierbij na de kinderen de
nodige lichamelijke verzorging zoals voeding, kleding, hygiëne,
medische verzorging en/of emotionele verzorging zoals opvoeding,
toezicht en geborgenheid te voorzien. Deze vorm van mishandeling
wordt het meest gemeld en het moeilijkst behandeld.
- Emotionele mishandeling: emotionele of psychologische
mishandeling houdt in dat het kind nadelig wordt behandeld
door de ouder of verzorger. Dit houdt het hele scala van
negatieve houdingen ten opzichte van het kind in: van verbaal
teisteren, bekritiseren, vernederen en aanhoudend terroriseren,
tot een totaal gebrek aan aandacht, zoals afwijzing en ontkenning
van het bestaanvan het kind. Deze vorm van mishandeling
is het meest ‘waardegeladen’ zoals ze het noemen en is het
moeilijkste te evalueren. Het is de meest voorkomende vorm
van mishandeling. Emotionele verwondingen kunnen schadelijker
zijn dan sommige lichamelijke verwondingen en hebben dezelfde
nadelige invloed op de zich ontwikkelende persoonlijkheid.
- Seksueel misbruik: deze vorm van mishandeling behandelen
we apart omdat we van mening zijn dat dit de allerergste
vorm van mishandeling is. Het is namelijk lichamelijke én
geestelijke mishandeling. Het wordt vaak lichamelijk uitgevoerd,
maar heeft geestelijk het grootste effect op het kind.
Bij een aantal vormen van mishandeling komt het Munchhausen’s
syndroom by proxy voor. Dat is een psychiatrische ziekte waarbij
een lichamelijk ziektebeeld voorgewend wordt om zo aandacht
en medische behandeling te krijgen. Dit is een recente vorm
van mishandeling. Het gaat hier om kinderen wiens ouders,
door zelf kwalen te creëren, ontelbare schadelijke medische
procedures bij het kind veroorzaken. Bloedverlies, neurologische
afwijkingen, huiduitslag, koortsaanvallen en abnormale urine
worden bijvoorbeeld gesimuleerd door het kind te verwonden,
door het te injecteren met urine of faeces, door het verwisselen
van de urine van het kind met besmette urine, of door het
kind met medicamenten te vergiftigen.
§ 2. Wat zijn de oorzaken van kindermishandeling?
terug naar inhoudsopgave
In 75% van de mishandelingszaken zijn de biologische
ouders er bij betrokken. Er is maar een klein percentage van
mishandelende ouders die karakteristieke psychiatrische symptomen
vertonen. Mishandelende ouders komen uit alle lagen van de
bevolking, hun onderwijsniveau varieert van lagere school
tot universiteit. De grootste groep is echter te vinden in
de doorsnee bevolking. De intelligentie op zich is niet perse
lager bij ouders die hun kinderen mishandelen, hoewel een
lage intelligentie, vooral wat verbaal denken betreft, een
kleine bijdrage kan leveren aan dit proces. Het komt vaak
voor dat mishandelende ouders zelf een geschiedenis van mishandeling
of verwaarlozing hebben. Het zijn in ieder geval wel de risicofactoren
voor ongunstig ouderlijk gedrag. Tussen de 30 en 60 % van
de mishandelende ouders werden zelf mishandeld in hun jeugd.
De meeste mishandelende ouders hebben een lager zelfbeeld
dan de doorsnee bevolking. Er zijn nog een aantal factoren
die invloed kunnen hebben op het gedrag van de ouders. Deze
zijn bijvoorbeeld alcoholisme en druggebruik. Ook komt sociaal
isolement vaak voor bij mishandelende gezinnen. Een groot
aantal mishandelende moeders hebben zelf weinig contact met
ouders, familieleden, buren of vrienden, en zijn niet in sociale
activiteiten betrokken.
Toch is er maar weinig dat een eventuele theorie over ‘karakteristieke
persoonlijkheden’ zou ondersteunen. Meestal zijn de mishandelende
personen de biologische ouders, gehuwd of samenwonend, en
is er geen opmerkelijk verschil wat het geslacht van de mishandelende
persoon betreft. Ze zijn gemiddeld intelligent en zijn niet
vaker verslaafd aan drugs of alcohol dan de doorsnee bevolking.
Mishandelende ouders hebben echter wel een beperkte opvoeding
genoten, leven meer geïsoleerd en hebben minder financiële
middelen dan de gemiddelde persoon. Een gezin met weinig sociaal
prestige, geld en macht is eerder gefrustreerd en verbitterd,
wat een aanleiding zou kunnen zijn tot geweld.
§ 3. Wat zijn de gevolgen van kindermishandeling?
terug naar inhoudsopgave
Kindermishandeling heeft zeer schadelijke gevolgen voor
het kind. Het aantal kinderen die gedood worden door hun ouders
ligt tussen de 5 en 10 % van de geregistreerde gevallen van
kindermishandeling. Op zijn minst aan 25 % van de ernstig
mishandelde kinderen wordt intellectuele schade toegebracht,
of worden pseudo-debiel als gevolg van mishandeling. Een derde
gevolg van kindermishandeling is het veel voorkomen van intellectuele
stoornissen en onderprestatie op schools vlak.
Een Britse studie geeft de resultaten van een ontwikkelingstest
afgenomen bij 83 tot 134 mishandelde kinderen, die opgenomen
waren in ziekenhuizen in Birmingham. De geteste kinderen waren
allemaal jonger dan 5 jaar en 39 % had een hoofdwond opgelopen.
Mishandelde kinderen die getest werden na de hoofdverwonding
scoorden beduidend lager wat betreft persoonlijk en sociaal
gedrag, gehoor, spraak en ooghand coördinatie. Bij de
mishandelde kinderen die geen hoofdverwondingen hadden waren
enkel het gehoor en de spraak duidelijk lager. In het algemeen
hebben bijna alle kinderen een taalachterstand.
Een vierde gevolg van kindermishandeling zijn gedrags-
en persoonlijkheidsdisfuncties. Er zijn een aantal gedragskarakteristieken
die regelmatig terugkomen. Er is een verminderde mogelijkheid
zich te amuseren (niet vrijuit kunnen spelen, noch lachen),
gedragssymptomen zoals enuresis, gemoeds- en slaapstoornissen,
een laag zelfbeeld. Ook een steeds terugkerende bevinding
is ook het voorkomen van agressief gedrag van mishandelde
kinderen.
§ 4. Hoe is kindermishandeling te herkennen?
terug naar inhoudsopgave
Er zijn enkele vuistregels om kindermishandeling te herkennen,
en dan met name de lichamelijke mishandeling:
- Een tegenstrijdige, verwarde of wisselende uitleg over
de oorzaak van de verwondingen, of het ontbreken van enige
verklaring. Mishandelende ouders schrijven de verwondingen
vaak toe aan wat zij ‘gewone ongevallen’ noemen (val van
de trap, val uit bed, armpje of beentje gekneld tussen de
spijlen van bedje of box) of aan handelingen van het broertje
of zusje. Het verhaal klopt vaak niet met de letsels van
het kind.
- Een tweede belangrijke aanwijzing is het bestaan van een
redelijk grote tijdsverloop tussen het ‘ongeval’ en het
inroepen van medische hulp. Soms weet de arts door het kind
te onderzoeken dat de ouders liegen over het juiste tijdstip,
soms vertellen de ouders openhartig dat het ongeval al een
tijd geleden is gebeurt. Bijna altijd is er al enkele tijd
overheen gegaan voordat het kind naar de dokter of het ziekenhuis
wordt gebracht.
- De aanwezigheid van meervoudige letsels, vooral als ze
in combinatie voorkomen (brandwonden, breuken, blauwe plekken,
etc) en/of ze van verschillende ouderdom zijn (wat wijst
op herhaald mishandelen).
- Een geschiedenis van ‘herhaalde ongevallen’ of van vroegere
opnamen voor ‘accidentele’ verwondingen of het binnen krijgen
van vergif, of de ‘accidentele’ dood van een babybroertje
of zusje (zogenaamde wiegendood).
- De aanwezigheid van verwondingen waarin men duidelijk
de afdruk van een voorwerp of hand kan herkennen.
- Uitwendige verwondingen met bijkomende tekens van verwaarlozing
of slechte verzorging (ondervoeding, uitgesproken luieruitslag,
ongewassen oksels en lichaamsplooien etc).
- ‘Shopping’ met het kind: mishandelende ouders veranderen
vaak van huisarts en ziekenhuis om te vermijden dat het
zogenaamde ‘repetitie-patroon’ van verwondingen uitkomt.
- Een hulpmiddel om de diagnose van lichamelijke mishandeling
te bevestigen is observatie van de letsels tijdens en na
de ziekenhuisopname: wanneer er geen nieuwe letsels optreden
in het (beschermde) ziekenhuismilieu, maar wel na terugkeer
van het kind naar huis, is de diagnose duidelijk.
- Het betrokken kind heeft een broertje of zusje bij wie
de diagnose van kindermishandeling bevestigd werd.
- En ook het abnormale gedrag van de ouders kan een aanwijzing
zijn. De ouders:
- zijn soms agressief, vijandig, defensief tegenover de
arts
- zijn erg kritisch en veeleisend ten opzichte van het kind
- vertonen tekens van contactstoornissen met andere volwassenen
en hun kind. Er is geen oogcontact, geen spontaan lichamelijk
contact, geen verbale ondersteuning van hun kind(eren)
- zijn soms onder invloed van alcohol of drugs
- zijn zich schijnbaar niet bewust van de ernst van de verwondingen,
of proberen ze te minimaliseren
- klagen voortdurend over irrelevante problemen, die niets
te maken hebben met de verwondingen van het kind
Ook bij het kind kunnen tekenen zijn. De kinderen:
- zijn apathisch, teruggetrokken, angstig
- zijn overdreven beleefd en coöperatief
- liggen doodstil of huilen niet tijdens pijnlijke onderzoeken
- zijn overbeweeglijk, provocerend of agressief
Bij lichamelijke mishandeling kun je vaak deze letsels terug
(in volgorde van frequentie):
- blauwe plekken
- breuken
- hoofdletsels
- brandwonden
- letsels ter hoogte van inwendige organen
H 2. Seksueel misbruik van minderjarigen
§1. Wat is seksueel misbruik?
terug naar inhoudsopgave
"Seksueel misbruik is de situatie waarin een kind onder
de zestien door iemand anders tot het uitvoeren en/of ondergaan
van seksuele handelingen wordt gebracht terwijl het kind dit
niet wenst dan wel niet in staat is over deze situatie te
beslissen en controle uit te oefenen."3
Als een volwassene een kind seksueel misbruikt dan gebruikt
hij de liefde, de afhankelijkheid of het vertrouwen van dat
kind voor zijn eigen seksuele behoeften. Deze behoeften kan
hij doorzetten door het kind te onderwerpen aan hem, door
zijn macht of geweld te gebruiken of door te dreigen met geweld.
Ook kan hij een beroep doen op de loyaliteit van het kind
door bijvoorbeeld bijbelteksten te verdraaien. "Hij brengt
de levens- en ontwikkelingsbasis in gevaar en schaadt de ziel
van het kind"4 Jongens en meisjes worden gedwongen
gulzige blikken en praatjes te dulden, tongzoenen te geven,
zich naakt te laten zien, zich te laten aanraken, de misbruiker
naakt te zien, hem/haar aan te raken, porno te bekijken, aan
porno-opnames mee te doen, de misbruiker seksueel te bevredigen
met de hand of met de mond, worden verkracht: oraal, anaal
of vaginaal met vingers, voorwerpen of met de penis.
Seksueel misbruik is er in twee typen: door vreemden of door
bekenden. Als het een familielid is wordt het ook wel incest
genoemd. Het grootste deel van de daders zijn mannen, maar
soms ook vrouwen. Meestal zijn de daders mensen uit de omgeving,
mensen die het kind kent. Seksueel misbruik door vreemden
komt in verhouding veel minder vaak voor. Seksueel misbruik
duurt vaak een langere tijd. Het is zelden of nooit dat een
dader het bij één keer laat. Meestal neemt naarmate
de tijd verstrijkt de mate van geweld en de intensiteit van
het seksueel misbruik toe. "Als kinderen berichtten van
een seksueel misdrijf, dan is het zeker dat ze een seksueel
misbruik hebben beleefd."5
Eén ding moeten we echter ook nog apart vermelden.
Onder seksueel misbruik van minderjarigen valt ook incest.
Hierover bestaan in zijn algemeenheid grote misvattingen.
De meeste mensen denken dat het seksueel misbruik is door
een van de ouders of een familielid. Dat is niet zo. Incest
is het misbruiken van het kind door een of meerdere verzorgers.
Dat betekent dus ook als jij bij bijvoorbeeld een week bij
een vriendinnetje logeert, die ouders jou verzorgers zijn.
Dus als jij in die week wordt misbruikt door bijvoorbeeld
een van die ouders, is het ook incest. Zo ook met kampleiders
et cetera.
§ 2. Wat zijn de oorzaken van seksueel misbruik?
terug naar inhoudsopgave
Heel vaak worden de daders van seksueel misbruik als ziek
beschouwd of wordt er van hen gedacht dat ze geen normaal
bevredigend seksleven of seksuele relatie hebben. Dit zijn
over het algemeen niet de redenen dat iemand een kind seksueel
misbruikt. De daders zijn meestal onopvallende, blijkbaar
niet van de norm afwijkende mannen die tot elke beroepsgroep,
ras of sociale klasse kunnen horen. Zij kunnen uitstekende
burgers zijn, voor de buitenwereld heel normaal overkomen,
kunne zelfs doen alsof ze het probleem proberen te bestrijden.
De daders hebben vaak een goede seksuele relatie. Ze misbruiken
de kinderen vaak ook niet voor de seksuele bevrediging, maar
het gaat hen vaak om het misbruik van de macht door seksueel
geweld. De seksualiteit wordt als middel, als ‘wapen’ gebruikt
om macht uit te oefenen. De dader bij seksueel misbruik is
zelden een van de biologische ouders. Het is meestal een stief-
of pleegouder, een familielid of een vriend van de familie.
Wanneer een persoon meer macht heeft dan een ander, bestaat
er altijd het risico dat deze macht misbruikt wordt. In onze
maatschappij hebben mannen (toch nog steeds) meer macht dan
vrouwen, en volwassenen meer macht dan kinderen. Het machtsverschil
tussen mannen en meisjes is het grootste, waardoor voornamelijk
meisjes door mannen worden misbruikt. Gewelddadig gedrag wordt
soms verontschuldigd door te beweren dat mannen gewoon sterkere
seksuele behoeftes hebben en agressie in hun natuur ligt.
Klinkklare onzin natuurlijk. Als jongetje leren veel mannen
al dat superioriteit, sterkte en doorzetting van hun wil recht
is en sommige mannen groeien dan op met de overtuiging dat
hij meer rechten heeft dan anderen, en hij voelt zich dan
meer aangemoedigd om dat recht met geweld op te eisen.
Sommige experts wijzen er ook op dat seksueel geweld
vaak ook te maken heeft met ervaringen uit de kinderjaren.
Veel misbruikers hebben als kind te weinig liefde gekregen
of hebben zelf lichamelijk of seksueel geweld meegemaakt.
Zij zetten dit dan bij kinderen voort. Experts van de kinderbescherming
beschrijven sommige daders als mensen, die zich niet als zelfbewuste
en machtige personen beschouwen en wiens relatie met volwassenen
vaak gekenmerkt zijn met angst en afhankelijkheid. Het misbruik
van minderjarigen zou hun het gevoel van superioriteit, bevrediging
en zekerheid geven.
§ 3. Wat zijn de gevolgen van seksueel misbruik?
terug naar inhoudsopgave
De gevolgen van seksueel misbruik zijn voor de kinderen bijzonder
ernstig. Ze worden gedwongen de gebeurtenissen geheim te houden,
waardoor de seksuele trauma’s voor jaren verborgen blijven
voor de buitenwereld. Als symptomen van dit type mishandeling
zien we psychologische stoornissen zoals depressie, zelfmoordpogingen,
weglopen, slaapstoornissen, mutisme, automutilatie en voor
de leeftijd abnormaal geseksualiseerd gedrag en psychosomatische
klachten zoals abdominale pijn, anorexia en merkwaardige urogenitale
symptomen. Deze kinderen zien er moe uit, isoleren zich, presteren
slecht op school ondanks hun intelligentie en zijn constant
gespannen.
De herkenning van dit soort symptomen is van het grootste
belang om het kind te benaderen en te kunnen helpen, omdat
er bijna nooit waarneembare lichamelijke letsels zijn. Als
het kind het misbruik zelf meldt, resulteert dit slechts zelden
in gezinsbegeleiding of in een juridische vervolging omdat
het slachtoffer gewoon niet geloofd wordt. Seksuele misbruik
maakt dat veel mensen zich ongemakkelijk voelen en leidt vaak
tot ontkenning van de feiten.
§ 4. Hoe is seksueel misbruik te herkennen?
terug naar inhoudsopgave
Als een kind seksueel wordt misbruikt, geeft een kind
vaak bewust of onbewust signalen hiervan af. Eén van
deze signalen hoeft niet altijd seksueel misbruik te indiceren,
maar een combinatie ervan kan er wel op wijzen. De meeste
kinderen durven er niet openlijk over te praten, maar laten
het toch merken om er een eind aan te maken. Het is alleen
vaak moeilijk om deze verborgen aanwijzingen op te merken
en te begrijpen.
Mogelijke signalen zijn:
- Het gedrag van het kind verandert opeens zonder herkenbare
reden.
- Een kind mijdt plotseling bepaalde plaatsen of personen.
- Een kind heeft voor de leeftijd abnormaal geseksualiseerd
gedrag of heeft er veel kennis van: ze geven gedetailleerde
beschrijvingen van seksuele handelingen, zijn er overdreven
veel mee bezig, licht andere kinderen voor of speelt seksuele
spelletjes na.
- Dwangmatige masturbatie: masturbatie komt in de peuter-/kleutertijd
en in de pubertijd wel vaker voor, maar dit kan een signaal
zijn als het te veel en te vaak gebeurt.
- Lichamelijk afwijkend gedrag: een kind dat angstig reageert
op omhelzingen of juist heel plakkerig is, op schoot gaat
zitten bij vreemde mensen en veel aandacht vraagt. Het kind
kan bang zijn om op de rug te gaan liggen, geen plezier
hebben in spelen en kan een verkrampte motoriek hebben.
Sommige kinderen gaan plotseling bedplassen en duimzuigen.
- Medische afwijkingen: vaak voorkomende urinewegeninfecties,
pijn bij lopen of zitten, problemen met naar de w.c. gaan
(bedplassen), eetstoornissen, pijn in de onderbuik of benen.
Een misbruikt kind kan scheuren of vlekken hebben in het
ondergoed, bloed, geschaafde of gezwollen geslachtsdelen
of mond.
- Negatief lichaamsbeeld: het kind toont afkeer van het
eigen lichaam (draagt veel kleren, eet veel of juist erg
weinig, schaamt zich duidelijk meer dan andere kinderen).
- Oudachtig gedrag: het kind is niet echt kind meer, het
gedrag past niet bij de leeftijd, het neemt teveel verantwoordelijkheid,
neemt altijd de rol van de ‘zorgende’ op zich.
- Psychologische stoornissen: depressie, zelfmoordpogingen,
weglopen, slaapstoornissen, mutisme, automutilatie. Ze zien
er moe uit, presteren slecht op school ondanks hun intelligentie
en zijn constant gespannen.
- Gedrag van iemand in de omgeving: let er op of iemand
genegenheid toont aan een kind op een manier die hoort bij
seksueel gedrag. Als iemand bijvoorbeeld opmerkingen maakt
over het lichaam van het kind (plagen met de puberale ontwikkeling)
en/of deze persoon overmatig cadeautjes of aandacht geeft.
H 3. De rechtsgang
§ 1. De aangifte
terug naar inhoudsopgave
Als je aangifte wil gaan doen, vind je dat er iets gedaan
moet worden. Je wilt niet dat de dader jou of anderen nog
op enigerlei wijze misbruikt of mishandeld. Toch is dit moeilijk.
Vooral bij seksueel misbruik. Je moet namelijk je hele verhaal
aan andere mensen vertellen. Daardoor bestaan er mogelijk
twijfels of je wel aangifte wil gaan doen. Deze twijfels kunnen
zijn:
- Angst voor de nadelige gevolgen
- Angst om het anderen te vertellen
- Je wilt het liever vergeten dan vertellen
- Je schaamt je ervoor
- Angst voor de straf voor de dader (een bekende of familie)
- Angst niet serieus genomen te worden
Maar er zijn natuurlijk ook heel veel goede redenen om wel
aangifte te doen:
- Je vindt dat de dader gestraft moet worden
- Je accepteert niet wat jezelf is overkomen
- Je wilt bescherming
- Voorkoming herhaling en andere slachtoffers
- Je wilt een schadevergoeding
Hierbij moet wel vermeld worden dat er vaker aangifte wordt
gedaan van seksueel misbruik door het slachtoffer zelf dan
bij kindermishandeling. Er wordt sowieso meer aangifte gedaan
van seksueel misbruik, omdat dat makkelijker op te sporen
is. Bij kindermishandeling gaat het vaker over vermoedens
en de vraag of het wel kindermishandeling is. We zitten in
Nederland met meerdere culturen, en in sommige culturen wordt
nu eenmaal meer geslagen. Maar dat is niet direct kindermishandeling.
Voor seksueel misbruik staat meestal een verjaring van twaalf
jaar. Deze termijn gaat in zodra het slachtoffer achttien
is. Het maximum is vijftien jaar en in de zéér
ernstige gevallen kan de verjaringstermijn twintig jaar zijn.
De verjaringstermijnen van kindermishandeling zijn we niet
te weten gekomen. Als er twijfels zijn of je aangifte wilt
doen of niet, is het altijd verstandig om even contact op
te nemen met instellingen die veel te maken hebben met aangifte
van kindermishandeling en seksueel misbruik. Tegenwoordig
wordt er echter meer aangifte gedaan dan vroeger, dat komt
mede door de betere hulpverlening en het feit dat er meer
instanties zijn waarbij je ook eerst kunt praten en later
nog kunt beslissen of je aangifte doet of niet.
Wat gebeurt er als je aangifte doet?
terug naar inhoudsopgave
Als je aangifte doet heb je eerst een gesprek met een
rechercheur die veel te maken heeft met óf veel kindermishandeling
óf veel seksueel misbruik. Je praat dan met hem of
haar over wat er is gebeurd. Je moet dus alle details kunnen
vertellen. Dat is erg moeilijk. Als je aangifte doet wil je
dat de dader vervolgd wordt en als het eventueel mogelijk
is, ook daadwerkelijk gestraft wordt.
Het is mogelijk dat je je verhaal meerdere keren moet vertellen
om zeker te weten dat je niks vergeten bent. Over het algemeen
wordt je verhaal meteen getypt, maar in een aantal zaken is
het nodig om het ook op te nemen. Als er bijvoorbeeld sprake
is van een afhankelijkheidssituatie, dus een situatie waarin
het slachtoffer afhankelijk is van de dader in zijn levensbehoeften,
wordt het opgenomen. Als het uitgetypt is, moet je het nog
een keer doorlezen om te kijken of alles wel klopt. Als het
in orde is, moet je het ondertekenen. Als het nodig is worden
er foto’s gemaakt van eventuele verwondingen, zodat een arts
ze later nog een keer zou kunnen bekijken. Voor de jongere
kinderen (tot ongeveer twaalf jaar) is een aparte verhoorkamer
ingericht. Deze kamer lijkt op een huiskamer, zodat de kinderen
zich meer op hun gemak voelen.6 Als je aangifte
gaat doen, neem dan iemand mee die je kunt vertrouwen.
De politie wil dat de dader op zijn minst aangesproken
wordt op zijn gedrag. Bij zowel kindermishandeling als seksueel
misbruik van minderjarigen wordt alleen nog maar gekeken naar
het slachtoffer. Alles wordt in het werk gesteld om het hun
zo gemakkelijk mogelijk te maken. Na al dit gaat de politie
op zoek naar de dader. Als ze die gevonden hebben gaat het
dossier naar de officier van justitie.
Behalve aangifte zijn er nog andere manieren om iets
tegen seksueel misbruik en kindermishandeling te doen. Bij
melding vertel je aan de politie wat er is gebeurd en door
wie. Je laat er alleen geen proces-verbaal van opmaken. Als
je alleen een melding doet, komt er gewoonlijk geen onderzoek.
Dat gebeurt soms als ze heel veel, of heel ernstige meldingen
krijgen over een bepaald iemand. Dan kunnen ze je vragen mee
te werken en alsnog aangifte te doen. De waarde van een melding
bij de politie is dat het misbruik officieel bekend is. Als
er dan andere aangiftes of meldingen worden gedaan van dezelfde
dader, kan jou melding ook gebruikt worden om die persoon
achter tralies te krijgen. Een andere waarde van een melding
is, dat je je naam en adres niet hoeft te noemen, en daarom
is het ook mogelijk om iemand anders een melding te laten
doen.
De kans is groot dat als je misbruikt of mishandeld bent,
je schade op hebt gelopen. Je kunt dan naar het schadefonds
stappen en als je voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking
te komen, kun je een schadevergoeding krijgen bij het schadefonds
van slachtofferhulp. Hoofdvoorwaarde is dat je ernstig letsel
hebt opgelopen. Belangrijk is daarbij de aard, de gevolgen
en de duur van het letsel. Ook de schade die direct het gevolg
is van het ernstige letsel is, kan worden vergoed. Bij de
uitkering gaat het om twee soorten letselschade: materiele
en immateriële.7 Ook kun je natuurlijk een
schadevergoeding vragen van de dader. Dit wordt dan geregeld
tijdens de rechtszitting met de rechter.
Twee andere mogelijkheden zijn dat je een informatief
gesprek hebt met de politie, dat je er dus gewoon je verhaal
vertelt. Dit lijkt veel op een melding, maar het is het niet,
omdat er niks wordt opgeschreven. Het is alleen een gesprek
met jou en de rechercheur. Ook kun je doorverwezen worden
naar de hulpverlening.
§2. Het onderzoek
Politieonderzoek
terug naar inhoudsopgave
Na de aangifte komt het politieonderzoek. Je kunt om medewerking
worden gevraagd tijdens het onderzoek. Voor het bewijs van
seksueel misbruik kunnen allerlei bijzonderheden van belang
zijn zoals verwondingen, spermavlekken of scheuren in je kleding.
Ook kunnen andere sporen van de dader of van zijn kleding
op je lichaam of kleding worden gevonden. Omdat meestal op
het moment van het seksueel misbruik of de mishandeling geen
getuigen aanwezig zijn, kunnen getuigenverklaringen van mensen
die jou vlak voor of vlak na het gebeurde hebben gezien heel
belangrijk zijn. Bij kindermishandeling zijn het ook vaak
getuigenissen van huisartsen en zo belangrijk. Ook is het
bij misbruik vaak belangrijk een medisch onderzoek te ondergaan,
zodat de politie misschien wel sporen van de dader zoals sperma,
bloed, haren en kledingvezels kunnen vinden. Of je nu wel
of geen aangifte doet, een medisch onderzoek is voor jezelf
ook heel belangrijk in verband met mogelijke lichamelijke
gevolgen van het misbruik of de mishandeling zoals verwondingen,
geslachtsziekten of een zwangerschap. Het kan zijn dat de
politie je vraagt om foto’s te bekijken van mogelijke verdachten
(als het een vreemde is) of mee te werken aan het maken van
een compositiefoto of –tekening. Misschien kan je zelfs gevraagd
worden of je naar het politiebureau wilt komen om te kijken
of je de dader kunt herkennen als ze hem te pakken hebben.
Wanneer de dader bekend is, kan de officier van justitie
toestemming geven tot aanhouding. Zeventig tot tachtig procent
van de mensen waartegen een aangifte is gedaan, wordt ook
daadwerkelijk aangehouden. Maar tegenwoordig heeft de politie
meer mogelijkheden en bevoegdheden om dit soort zaken te onderzoeken
en eventueel de dader aan te houden, zonder toestemming van
de officier. Voor de vraag hoe lang de verdachte mag worden
vastgehouden zijn een aantal dingen van belang, zoals:
- De ernst van het feit
- Het belang van het onderzoek
- De tijd waarover het misbruik of de mishandeling heeft
plaatsgevonden
- De omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden
- De leeftijd van de dader
- De leeftijd van het slachtoffer
- Of er sprake is van intimidatie of bedreiging
- Of er aanwijzingen zijn of de dader het feit opnieuw zal
plegen
- Of er gevaar is dat de dader gaat vluchten
- Of de verdachte de verdachte wel blijft.
De tijd die iemand vast kan zitten kan dus nogal eens verschillen.
Het begint echter met de aanhouding. Na zes uur kan de verdachte,
als de politie vindt dat ze meer tijd nodig hebben voor bijvoorbeeld
onderzoek, kunnen ze de verdachte in verzekering stellen voor
drie dagen. In die eerste zes uur hebben ze tijd om hem te
verhoren en zo. Daarna wordt hij voorgeleid voor de rechter-
commissaris (de onderzoeksrechter) die bepaald of de verdachte
nog langer moet blijven. Deze kan hem tien dagen in bewaring
stellen. Na die tien dagen komt de verdachte voor de Raadkamer
(drie rechters) Deze kunnen tot drie keer toe beslissen dat
hij nog dertig dagen moet zitten. Binnen deze drie keer dertig
dagen vindt dan de rechtszitting plaats.
Gerechtelijk onderzoek
terug naar inhoudsopgave
Als de politie het onderzoek heeft afgerond en de verdachte
is gehoord, wordt het dossier doorgestuurd naar de officier
van justitie. Deze bepaald of de verdachte aangeklaagd wordt
of niet. Ongeveer vijftig procent van de mensen die aangehouden
worden, worden veroordeeld. Als de zaak bij de officier van
justitie komt, krijg je een brief met de vraag of je op de
hoogte wilt worden gehouden. Zolang de officier van justitie
jouw zaak in behandeling heeft kun je een gesprek met hem
of haar aanvragen.
Als de officier van justitie nader onderzoek nodig vindt
om een beslissing te kunnen nemen, kan hij de rechter-commissaris
vragen dit onderzoek te doen. De rechter-commissaris verzamelt
zoveel mogelijk feiten. Als dit gerechtelijk vooronderzoek
wordt ingesteld, kan het zijn dat je moet voorkomen om vragen
te beantwoorden. Volgens de wet ben je verplicht te komen.
De rechter-commissaris kan je onder ede verhoren. Dit kan
ook gebeuren als je moet getuigen bij een eventuele rechtszitting.
Je kunt hier dan ook dingen vertellen die niet in de aangifte
staan omdat je ze pas later herinnert. Meestal is de advocaat
van de verdachte er ook bij. Hij mag ook vragen stellen. Ook
jij kunt je laten bijstaan door een advocaat. Alles wordt
opgeschreven door een griffier. Naderhand krijg je te horen
wat de griffier heeft opgeschreven. Als het goed is moet je
het ondertekenen. Als het gerechtelijk onderzoek is afgelopen
beslist de officier van justitie of er tot een vervolging
van de verdachte wordt overgegaan.
§3. De rechtszitting
terug naar inhoudsopgave
Als je niet als getuige hoeft te komen, kun je toch de
rechtszitting bijwonen op de publieke
tribune. Als de rechter besluit om de achter gesloten deuren
te behandelen, moet je de zaal verlaten. Maar als slachtoffer
kun je de rechter vragen of je de rechtszitting toch mag bijwonen.
Behandeling achter gesloten deuren vindt meestal plaats op
verzoek van de officier van justitie of van de verdachte.
Maar ook als slachtoffer kun je om een rechtszitting achter
gesloten deuren aanvragen.
Als je moet getuigen krijg je een dagvaarding. Je bent
dan verplicht om te komen. Je kunt iemand meenemen als je
dat wilt. De zaak wordt behandeld door drie rechters. Eén
ervan is de voorzitter en doet het woord. Weer wordt alles
opgeschreven door een griffier.
De rechter vraagt de verdachte naar de naam en wijst
hem/haar op het recht vragen niet te beantwoorden. Dit geld
alleen voor de verdachte. Daarna leest de officier van justitie
de aanklacht voor. Hierna stelt de rechter vragen aan de verdachte
om te kijken wat deze daarop te vertellen heeft.
De gang van zaken op een rechtszitting is nogal formeel.
Iedere getuige wordt apart gehoord. Het verhoor begint met
vragen door de rechter naar onder andere je naam, je leeftijd
en je woonplaats. Ook vraagt hij of je familie bent van de
verdachte. Hierna moet je de eed of de belofte afleggen, waarna
het verhoor begint. Als het moeilijk voor je is om in bijzijn
van de verdachte een verklaring af te leggen, kun je de rechter
vragen of de verdachte hier niet bij aanwezig hoeft te zijn.
De rechter weegt dan de belangen tegen elkaar af en kan dus
weigeren. Bij het verhoor zal de rechter vragen stellen over
punten die hij toegelicht wil hebben. Je hoeft niet bang te
zijn om te zeggen dat je iets niet zeker weet. Het is namelijk
heel normaal dat je je niet alles meer precies kunt herinneren.
Na het verhoor van de rechter kunnen ook de advocaat van de
verdachte en de officier van justitie vragen aan je stellen.
Als je bent gehoord, mag je blijven of weggaan. Het kan ook
zijn dat naast getuigen ook deskundigen worden gehoord. Hierbij
kun je denken aan een psychiater of een arts. Daarna gaat
de rechter vragen stellen aan de verdachte.
Daarna krijgt de officier van justitie het woord. Deze
zet alle feiten op een rij en zegt welke straf er geëist
wordt. Ook vertelt hij in hoeverre hij het strafbare feit
bewezen vindt. Daarna kan de advocaat zijn pleidooi houden.
De verdachte krijgt het laatste woord.
Aan het eind van de zitting zegt de rechter wanneer hij
uitspraak doet. Meestal is dit na twee weken. Je kunt dan
zelf naar de rechtbank gaan om het te horen, maar je kunt
ook iemand sturen. De rechtbank hoeft in haar vonnis niet
altijd de officier van justitie gelijk te geven. Het gebeurt
niet vaak dat de rechter de verdachte een hogere straf oplegt
dan de officier van justitie geëist heeft.
Als de verdachte of de officier van justitie het niet
eens zijn met de uitspraak, kunnen ze afzonderlijk, maar ook
beiden in hoger beroep gaan tegen de uitspraak van de rechtbank.
Jij kunt dit niet, maar je kunt wel de beslissing van de officier
van justitie beïnvloeden door een gesprek met hem te
houden over je zaak. De beslissing om in hoger beroep te gaan
moet binnen veertien dagen na de uitspraak worden genomen.
Als het hoger beroep wordt ingesteld, kan het nog een jaar
duren voordat het gerechtshof de zaak behandelt. Je kunt dan
weer als getuige worden opgeroepen. Het gaat allemaal hetzelfde
als bij een gewone rechtszitting. Bij uitzondering kan de
zaak bij de Hoge Raad terechtkomen.
Als de verdachte wordt vrijgesproken, betekent dat niet
dat hij het feit niet gepleegd heeft. De rechter is dan meestal
van mening dat er niet genoeg bewijs om de verdachte te kunnen
veroordelen. Ongeveer vijftig procent van de mensen die worden
aangeklaagd van seksueel misbruik, worden daadwerkelijk veroordeeld.
H4. De politiek
terug naar inhoudsopgave
§1. Wat doet de politiek er nu aan?
De politiek vindt vooral seksueel misbruik van minderjarigen
een probleem. Kindermishandeling is bij hen een ondergeschoven
kindje. Hierover hebben wij dan ook niet veel informatie kunnen
vergaren. Wij hebben een aantal telefoontjes gepleegd naar
een aantal leden van verschillende politieke partijen. De
enige politieke partijen die ons medewerking verleenden, waren:
de PvdA, het CDA en de VVD. Wij hebben van het CDA gesproken
met dhr. Van Nistelrooy. Hij vertelde dat per 1 januari 2000
de amk’s zijn ingevoerd in Brabant. Amk’s zijn advies- en
meldpunten kindermishandeling. Dit was vroeger het bureau
vertrouwensartsen. Als er een verdenking is van kindermishandeling,
wordt de zaak neergelegd bij het amk. Er wordt informatie
in de omgeving gewonnen (school, huisarts, etc.). En als de
vermoedens sterker worden, wordt er een scenario-team opgesteld.
Deze bestaat onder andere uit politie, hulpverlening en maatschappelijk
werkers. Deze spreken samen af hoe ze dit gaan aanpakken.
De amk’s worden betaald door de politiek. Hoe meer gevallen,
hoe meer geld.
De PvdA is momenteel bezig met de plannen om het Marietje
Kesselsproject nationaal te introduceren. Het Marietje Kesselsproject
is een project waarbij kinderen in groep 7 en 8 zichzelf verbaal,
maar ook non-verbaal leren verdedigen.
Natuurlijk zijn er ook wetten. Deze hebben de politieke
partijen samengesteld. De wet tegen seksueel misbruik bestaat
al redelijk lang. De wet maakt onderscheidt tussen aanranding
en verkrachting. In de beleving van de misbruikte, kind of
volwassene (alleen heel kleine kinderen zullen dit alles nog
niet zo goed begrijpen), is dat onderscheid minder belangrijk.
Voor hem/haar gaat het er meer om dat de dader misbruik van
hun lichaam hebben gemaakt en zich daarbij niet bekommert
om zijn/haar wil. Een belangrijke wet met betrekking tot seksueel
misbruik van minderjarigen is wetsartikel 249. Deze wet heeft
ook betrekking op incest: "Hij die ontucht pleegt met
zijn minderjarig kind, stiefkind of pleegkind, zijn pupil
en aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde
minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar."8
Er zijn ook nog twee wetsartikelen die geen speciale betrekking
hebben op minderjarigen, maar die wel voor iedereen gelden
en op minderjarigen kunnen worden toegepast. Dit zijn de wetsartikelen
242 en 246. Artikel 242: "Hij die door geweld of bedreiging
met geweld een vrouw dwingt met hem buiten echt vleselijke
gemeenschap te hebben, wordt als schuldig aan verkrachting
gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren."
9
Artikel 246: " Hij die door geweld of bedreiging van
geweld iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige
handelingen, wordt als schuldig bevonden aan feitelijke aanranding
van de eerbaarheid gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
acht jaar."10
Al deze wetsartikelen zijn dus van toepassing van minderjarigen.
Wetsartikelen met betrekking tot kindermishandeling hebben
wij niet kunnen vinden.
§2 Wat kan en wil de politiek er nog meer
aan doen?
terug naar inhoudsopgave
Het CDA wil, net als alle politieke partijen,
goede slachtoffer- en daderhulpverlening. Het CDA is voor
voortijdige ondersteuning van gezinnen, het begeleiden als
er signalen zijn van problemen. Ze willen meer aandacht voor
opvoedingsondersteuning aan gezinnen en betere voorlichting
over deze problemen.
In een verslag dat wij opgestuurd kregen van D66 blijkt
dat de politieke partijen ervoor zijn om de proeftijd van
tbs na een seksueel misdrijf te verdubbelen van drie naar
zes jaar. D66 vindt wel dat de proeftijd niet al te lang mag
zijn, omdat iemand na het uitzitten van zijn straf en na het
ondergaan van tbs ook uitzicht moet hebben op een leven zonder
controle als volwaardige burger. D66 wil ook dat DNA-materiaal
gelijk wordt gesteld aan vingerafdrukken. Ook zij willen meer
aandacht en concrete planvorming voor niet-commercieel seksueel
misbruik. Ook willen ze extra geld om de kennis van diagnostiek
en behandeling van jonge slachtoffers van seksueel geweld
te vergroten. ( Zie voor meer informatie de bijlage.)
Van dhr. Nicolaï van de VVD hebben we een verslag
van een vergadering van de Staten-Generaal betreffende Seksueel
misbruik toegestuurd gekregen. Aangezien dit een letterlijke
weergave is van deze vergadering, is het erg moeilijk om hier
concrete voorbeelden van hun visie uit te halen. Wij verwijzen
u dan ook naar onze bijlage.
Over de visie van Groen Links is ons niks bekend. Zij
konden ons wegens tijdgebrek niet goed helpen.
De PvdA is, zoals we al verteld hadden, bezig het Marietje
Kesselsproject landelijk te maken.
H5. Kindermishandeling en seksueel misbruik in België
terug naar inhoudsopgave
Wij hebben voor de vergelijking met het buitenland gekozen
voor België. Dit bleek achteraf een zeer goede vergelijking
op te leveren, omdat het een land is waar het er slecht voor
staat wat betreft kindermishandeling en seksueel misbruik
van minderjarigen. Wij hebben hierbij hulp gekregen van Marcel
Vervloesem. Hij is lid van de groep Morkhoven. Een groep die
is opgericht in 1980 en die zich toelegt op het opsporen van
vermiste kinderen, kinderporno en mensenrechtenschendingen.
§1. De rechtsgang
De rechtsgang verloopt in de basis hetzelfde als in Nederland.
Er zijn alleen grote problemen op dit gebied. Maar liefst
80 procent van de aangiftes blijven ongemoeid liggen, door,
zoals de politie zelf verklaart, overbelasting en tekorten.
Dat is tenminste de reden die ze geven, zoals Marcel dat zegt.
Het politie-onderzoek blijft ook vaak zonder gevolg ergens
steken. Een probleem daarbij is ook dat elke streek in België
het onderzoek anders aanpakt. Het kind wordt zelden serieus
genomen. Vooral in tijd van scheiding wordt er veel aangifte
gedaan van incest. Dit is vaak te doen om het recht van voogdij
te krijgen over het kind. Het veroordelen van daders is ook
moeilijk. Bij bijna alle rechtbanken in België komt de
dader, zelfs als zijn schuld vaststaat, er makkelijk van af.
Vaak wordt door de advocaat van de dader een slechte jeugd
aangevoerd als de reden van zijn gedrag. Er zijn drie vaak
toegepaste straffen in België. Welke straf je krijgt
is afhankelijk van de rechter die over jouw zaak beslist.
Soms krijg je de maximale straf. Maar in de meeste gevallen
wordt je begeleiding (therapie) opgelegd, maar vaak ook slechts
een taakstraf. De maximale straf is echter ook maar een lachertje.
Voor kindermisbruik staat maximaal 5 jaar, maar de algemene
regel is dat de wet lejeune wordt toegepast. Dat houdt in
dat je maar 1/3 deel van je straf uitzit: anderhalf jaar.
Er is naast aangifte maar één alternatief: meldingen
aan artsenvertouwensteams. Dit is een alternatieve route.
Hier worden het kind en de dader begeleid. Dit is de enige
manier in België om een kind emotioneel goed te kunnen
helpen. Deze zaken komen vaak niet eens voor de politie. Rechtszaken
verlopen altijd achter gesloten deuren.
In België worden rechters voor het leven benoemd. Dat
betekent dus dat als hij zijn boekje te buiten gaat er niets
aan kan worden gedaan.
§2 De politiek
terug naar inhoudsopgave
De politiek in België is met betrekking tot deze
onderwerpen werkelijk rampzalig. Na de zaak Dutroux kwamen
er veel voorstellen om de wetten te veranderen. Hier kwam
niets van terecht. Er kwam vanuit de Belgische regering weinig
interesse voor deze problemen. Het ene systeem overdekt het
andere. Alleen de wet kindermisbruik is strenger geworden.
Vroeger kreeg je maximaal twee jaar gevangenisstraf voor kindermisbruik.
Tegenwoordig is dat vijf jaar.
De Belgische regering wil er waarschijnlijk niks aan
veranderen. Er is een tweestrijd in de politiek. Er zijn een
paar mensen die vinden dat er oplossingen moeten komen, maar
het merendeel vindt dat het zo moet blijven zoals het nu is.
Dat is de reden dat het probleem in België zo groot blijft.
In België is er nooit moeite gedaan om dit probleem te
onderzoeken. De wijze waarop België de problematiek genegeerd
heeft en het gedoogbeleid in de rechtsgang heeft een klimaat
geschept, waardoor België op Europese schaal het derde
land is op de productie van kinderporno. Er zou nog veel kunnen
veranderen op dit gebied. Men zou bijvoorbeeld een meldpunt
kunnen maken van kinderporno. Ook zou men een dienst kunnen
oprichten dat specifiek is gericht op bestrijding van kindermishandeling
en misbruik. Verder zouden ze het probleem meer moeten analyseren
en er een eensluidende en passende wetgeving op moeten maken.
Europa begint nu langzaam België op de vingers te tikken,
maar eerst moet er ook in Europa een eensluidende komen.
Slot
terug naar inhoudsopgave
Wij vinden dat dit een erg leerzaam maar tijdrovend onderwerp
was voor ons werkstuk. We vonden het wel heel leuk om aan
te werken. Met name door de contacten die we hebben gelegd
om aan onze informatie te komen. Wij willen nogmaals Zoeklicht
bedanken, omdat hij ons zo enorm goed en gewillig heeft geholpen.
Dankzij voornamelijk hem zijn we aan informatie gekomen die
normaal niet binnen ons bereik liggen. Via hem hebben we ook
contact gekregen met Marcel Vervloesem, zonder wie wij niet
zo’n goede informatie hadden gekregen.
Wij zijn van mening dat dit een serieus probleem is in de
samenleving. Maar toch zijn we wel blij dat het zo goed is
geregeld in Nederland, vooral als je het vergelijkt met België.
We vinden het wel jammer dat kindermishandeling zo’n ondergeschoven
kindje is. Er wordt wel veel aandacht aan seksueel misbruik
besteed, maar het is ook belangrijk dat kindermishandeling
in de politiek wordt behandeld. Het probleem is namelijk groter
dan men denkt.
Al met al hebben wij veel geleerd over seksueel misbruik
en kindermishandeling. Maar niet alleen met betrekking tot
deze twee onderwerpen. Ook met het te pakken proberen te krijgen
van mensen uit de Tweede Kamer. We hebben er dus ook nog sociale
vaardigheden door gekregen. Dat alles dankzij dit project.
We hopen dat u er ook nog wat van op steekt. We hebben het
wel moeten inkorten, omdat het zo’n breed onderwerp is. Je
kunt hier niet genoeg aandacht aan besteden. Het is namelijk
een enorm maatschappelijk probleem.
Evaluatie
terug naar inhoudsopgave
De samenwerking verliep goed en bijna moeiteloos. Het
ging beter dan vorig jaar. De taken waren goed verdeeld, alleen
de telefoonrekening bij Emma thuis was drie keer zo hoog,
omdat het nou eenmaal moeilijk is om tot de politieke partijen
door te dringen. Verder hebben we hier echter niks meer aan
toe te voegen.
Notenlijst
terug naar inhoudsopgave
‘Kindermishandeling’, blz 1. (zie bijlage)
- ‘Kindermishandeling’, blz 2
- ‘Seksueel misbruik van jongens’
- ‘Wat is seksueel misbruik?’
- ‘Wat is seksueel misbruik?’
- Zie de folder ‘Kinderen in de interviewruimte bij de politie’
- Zie de folder ‘Schadefonds geweldsmisdrijven’
- ‘Simone, seksueel geweld en justitie’
- ‘Simone, seksueel geweld en justitie’
- ‘Simone, seksueel geweld en justitie’
Literatuurlijst
terug naar inhoudsopgave
- ‘Kindermishandeling’, een verslag opgestuurd door Johan
Deneyer
- Nota-overleg sexueel misbruik van kinderen, 15 mei 2000,
toegestuurd door de heer B. O. Dittrich, D66 (zie bijlage)
- Verslag van een nota-overleg: ‘Bestrijding van seksueel
misbruik van en seksueel geweld tegen kinderen’ , 17 mei
2000, toegestuurd door de heer Nicolaï, VVD (zie bijlage)
- ‘Preventie van machtsmisbruik, Marietje Kesselsproject.’
Kompaan, toegestuurd door de heer Jan Hamming, PvdA.
- ‘Seksueel misbruik van jongens’, geschreven door Ron van
Outsem
- ‘Simone, seksueel geweld en justitie’, uitgegeven door
de RVU, educatieve omroep, 1990
- Seksueel misbruik van minderjarigen’, ons verslag van
vorig jaar.
|