Back to begin
BURO ZOEKLICHT
Photo's Enfants
UW INZENDING

Kindermishandeling
van Illona en Emma

Verhaal van Angela
Wilt u iets inzenden?
Mail naar contact@zoeklicht.eu
 

Wetsartikel kindermisbruik

Definitie en wettelijke regeling
Onder seksueel misbruik van kinderen verstaan we seksuele contacten met kinderen onder de zestien jaar, die plaatsvinden tegen de wil van het kind of zonder dat het kind in staat is deze contacten te weigeren. Seksueel contact met een kind jonger dan twaalf jaar is altijd strafbaar. Bestaat dit contact uit seksueel binnendringen dan staat er een gevangenisstraf op met een maximum van twaalf jaar (art. 244 Sr). Zo niet, dan is de maximum straf zes jaar (art. 247 Sr). De gedachte achter deze strafbaarstelling is dat een kind onder de twaalf jaar weerloos is. Het is niet in staat, zeker niet op seksueel gebied, zijn eigen wil te bepalen.

Ook seksueel contact met een jongere tussen de twaalf en zestien jaar is strafbaar (seksueel binnendringen art. 245 Sr; ontuchtige handelingen art. 247 Sr), maar vervolging kan pas plaats vinden als de jongere zelf, zijn ouders of de Raad voor de Kinderbescherming een klacht hebben ingediend. Het is niet de bedoeling dat een jongen van zeventien die met zijn vriendinnetje van vijftien naar bed gaat, wordt vervolgd. De formulering van de wetsartikelen laat daar ook de ruimte toe, omdat ze gaan over het plegen van ontucht. Het is mede aan de officier van justitie en de rechter om te oordelen of daar sprake van is. Bij een groot leeftijdsverschil, bijvoorbeeld bij seksueel contact tussen een man van veertig en een meisje van dertien zal deze wel oordelen dat het om ontuchtige en daarmee strafbare handelingen gaan.

De betekenis van ontucht is tijdgebonden en kan veranderen. Seksuele contacten met 16 en 17 jarigen zijn onder omstandigheden ook strafbaar, namelijk binnen een afhankelijkheidsrelatie, zoals tussen ouder en kind, therapeut en cliënt, leraar en leerling. Ook hier is de strafbaarstelling gebaseerd op de gedachte dat degene over wie macht wordt uitgeoefend niet in staat is in vrijheid te bepalen of hij een seksueel contact wil.

Als er sprake is van verkrachting of aanranding van kinderen dan zijn vanzelfsprekend de algemene artikelen 242 en 246 Sr van toepassing. De strekking achter de artikelen die seksueel misbruik van kinderen strafbaar stellen is de bescherming van kinderen. Dat geldt ook het kinderpornografieartikel. Het verspreiden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren of het in voorraad hebben van kinderpornografie is verboden (art. 240b Sr) De bedoeling ervan is niet om anderen te behoeden tegen het zien van seksueel prikkelend beeldmateriaal. Het idee is dat strafrechtelijk optreden tegen kinderpornografie een effectieve bijdrage kan leveren aan de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen.

Wat valt er onder kinderpornografie?
Het moet gaan om een afbeelding bijvoorbeeld een foto, een film, een plaatje op het internet, waarop een kind dat kennelijk jonger is dan zestien jaar, een seksuele handeling tentoonspreidt. Hierbij moet uitdrukkelijk niet alleen gedacht worden aan afbeeldingen van een verkrachting of aanranding d.w.z gedragingen die als zodanig al een zedendelict opleveren, maar ook aan bepaalde afbeeldingen van naakte kinderen alleen, afhankelijk van de houding van het kind en de ambiance waarin de afbeelding is gemaakt. Niet bedoeld worden onschuldige afbeeldingen van deels of geheel naakte kinderen op het strand of op een naturistencamping. Bijkomende omstandigheden kunnen een afbeelding van een(half)naakt kind wel tot kinderpornografie maken, bijvoorbeeld een foto van een naakt meisje dat in een gymzaal een spagaat maakt. Dat is niet een houding van een klein kind dat in die ambiance past.

We belanden bij de vraag wat wel of niet onder kinderpornografie valt in een grijs gebied waarbij uitspraken van rechters, gedaan onder invloed vaneen veranderende tijdgeest van grote betekenis zijn. Dat geldt ook voor de invulling van het bestanddeel ‘in voorraad hebben’. Het lijkt er taalkundig op dat het privé-bezit van kinderporno, voor de eigen seksuele geneugtes, er niet onder valt.
Het begrip voorraad duidt op pluraliteit, op een hoeveelheid goederen die bijvoorbeeld in een winkel of huis aanwezig is en heeft een ‘externe gerichtheid’. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat ook het enkele bezit van kinderporno voor het eigen plezier (een boekje, een aantal plaatjes opgeslagen op de computer) onder het bereik valt van in voorraad hebben.

We zien dat het verbod van seksueel misbruik van kinderen is terug te vinden in diverse artikelen. We constateren ook dat de termen pedoseksueel contact en incest die in het dagelijks spraakgebruik en in sociaal wetenschappelijke literatuur worden gehanteerd, geen juridische zijn. De verzamelterm voor plegers van seksueel misbruik is veelal pedoseksueel, hoewel ook de term pedofiel wel wordt gehanteerd. Naar mijn mening is deze laatste term om seksueel misbruik aan te duiden stigmatiserend voor iedereen die zich seksueel voelt aangetrokken tot kinderen. Dat is namelijk de definitie van een pedofiel: degene die zich seksueel voelt aangetrokken tot kinderen. Dat zegt nog niets over de wijze waarop hij met deze verlangens om gaat. Mogelijk spelen ze alleen een rol in zijn seksuele fantasieën bij het masturberen. Ik pleit er voor de term pleger van seksueel misbruik te gebruiken voor degene die ontoelaatbare seksuele contacten met kinderen onderhoudt.

In sociaal wetenschappelijke studies wordt wel een indeling gemaakt voor seksueel misbruik die gebaseerd is op de variatie in aard en ernst. De volgende categorisering is overgenomen uit de brochure "Seksueel misbruik van kinderen" van het Ministerie van Justitie (p. 3):

  • Licht: een eenmalig incident van relatief ‘onschuldig’ karakter zoals betasting van de geslachtsdelen boven of onder de kleding. De dader gebruikt geen dwang, maar het kind ervaart het wel als ongewenst.
  • Matig: eenmalige of meermalige betasting van de geslachtsdelen onder de kleding of masturbatie in bijzijn van het kind. Het kind is in geringe mate afhankelijk van de dader (bijvoorbeeld een jeugdleider). Die oefent geen lichamelijke dwang uit, maar zet het kind wel onder druk of vraagt het om geheimhouding.
  • Ernstig: (pogingen tot) penetratie of wederzijdse masturbatie. Het kind is afhankelijk van de dader. Het misbruik houdt minimaal een jaar aan. De dader gebruikt lichamelijke dwang of psychische manipulatie.
  • Zeer ernstig : meermalig, langdurig seksueel misbruik (penetratie), dat minimaal een jaar aanhoudt. Het kind is afhankelijk van de dader. Die chanteert het kind of gebruikt lichamelijk geweld.

Ontwikkelingen in de wetgeving
In mei 2001 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend tot het wijzigen van de zedelijkheidswetgeving die op onderdelen relevant is voor seksueel misbruik van jeugdigen.

Strafbaarstelling van virtuele kinderporno
De strekking van het kinderpornografieartikel (art. 240b Sr.) is de bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik. Volgens de regering behoudt dit uitgangspunt haar geldigheid. Tegelijkertijd stelt zij vast dat de moderne techniek met behulp van (digitale) manipulatie het mogelijk maakt om levensechte beelden te vervaardigen zonder dat daar echte volwassenen of kinderen bij zijn betrokken. Deze vorm van kinderporno wordt virtuele kinderporno genoemd. Het is dan moeilijk zo niet onmogelijk te bewijzen dat bij de vervaardiging daarvan een echt kind is betrokken. Voor de effectieve bestrijding van kinderporno, in het bijzonder op internet, kan het nodig zijn om op treden tegen schijnbaar echte kinderporno. Van politie en het openbaar ministerie kan niet worden verlangd te bewijzen dat op aangetroffen materiaal echte kinderen zijn betrokken. De strafbaarstelling lijkt sterk ingegeven door bewijstechnische overwegingen en door de consensus in internationaal verband over de wenselijkheid van strafbaarstelling van virtuele kinderporno. In feite wordt daarmee, naar mijn mening, gedeeltelijk het uitgangspunt verlaten dat het kinderpornoartikel dient ter bescherming van het kind.

Verhoging van de leeftijdsgrens van 16 naar 18 jaar in art. 240b Sr
Om in de pas te lopen met internationale regelgeving wordt de leeftijdsgrens verhoogd van 16 naar 18 jaar. Dat geldt voor alle gedragingen die onder art. 240b vallen. Dat betekent dat ook de vervaardiging en het bezit voor eigen gebruik van een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij een al dan niet echte persoon van 16 tot 17 jaar is betrokken onder het strafrecht komen te vallen. Tegen het strafbaar stellen van kinderporno ten aanzien van 16- of 17-jarigen kan men aanvoeren dat het hebben van seks met een persoon van die leeftijd lang niet altijd strafbaar is, uitgezonderd situaties zoals seks in een ouder-kind relatie of tussen docent en leerling. Het vertrouwen van de regering in een evenwichtig en zorgvuldig gebruik van het opportuniteitsbeginsel moet waarborgen dat deze bepaling in de praktijk op een juiste en verantwoorde wijze wordt toegepast. Zo zal vervolging achterwege moeten blijven als een minderjarige op geen enkele wijze in zijn belangen is geschaad.

Aanpassing van de wettekst: ´in bezit hebben´
Met de toevoeging van ´in het bezit hebben´ van kinderporno aan art. 240b Sr. zal de wetgeving aansluiten bij de ruime interpretatie die door de Hoge Raad aan onder ´het in voorraad hebben´ van kinderporno is gegeven.

Afschaffing van het klachtvereiste
Het klachtvereiste is van toepassing bij het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut is gebleken dat dit klachtvereiste niet naar bevrediging functioneert. Het klachtvereiste maakt het mogelijk dat strafrechtelijk wordt opgetreden naar aanleiding van een klacht van de wettelijk vertegenwoordiger, terwijl de betrokken jeugdige geen vervolging wil. Bovendien blijkt in de praktijk het onderscheid tussen het indienen van een klacht en het doen van aangifte enigszins te vervloeien. De doeleinden van het klachtvereiste zijn enerzijds de bescherming van het kind tussen 12 en 16 jaar en anderzijds het recht van het kind op seksuele ontplooiing. Deze doelen zijn volgens de regering beter langs een andere weg te realiseren. Het klachtvereiste kan komen te vervallen en daarvoor in de plaats komt het recht van de jeugdige om te worden gehoord. Via het hoorrecht kan de jeugdige zijn zienswijze over de seksuele gebeurtenissen waarbij hij is betrokken kenbaar maken en eveneens zijn wenselijkheid van strafvervolging. Het hoorrecht moet waarborgen dat strafrechtelijk optreden volgt waar dit geboden is en dat het achterwege blijft, indien de belangen van de jeugdige daar om vragen.

Wetboek online

MENU

Buro Zoeklicht

Zandvoort zaak

Om tegen Zoeklicht

Kamervragen-PDF

Wetsart.kindermisbruik

Wetboek online

 
CHERYL MORRIëN

CHERYL IS VERMIST

 
ROBERT VAN HOOVE

Email rvanhoove@home.n

 
CONTACT

info@zoeklicht.eu

 
 
| Buro Zoeklicht | Aktie | Vermist | Hulp | Contact | Links | Cecile Bloch |