Wetsartikel kindermisbruik
Definitie en wettelijke regeling
Onder seksueel misbruik van kinderen verstaan we seksuele
contacten met kinderen onder de zestien jaar, die plaatsvinden
tegen de wil van het kind of zonder dat het kind in staat
is deze contacten te weigeren. Seksueel contact met een kind
jonger dan twaalf jaar is altijd strafbaar. Bestaat dit contact
uit seksueel binnendringen dan staat er een gevangenisstraf
op met een maximum van twaalf jaar (art. 244 Sr). Zo niet,
dan is de maximum straf zes jaar (art. 247 Sr). De gedachte
achter deze strafbaarstelling is dat een kind onder de twaalf
jaar weerloos is. Het is niet in staat, zeker niet op seksueel
gebied, zijn eigen wil te bepalen.
Ook seksueel contact met een jongere tussen de twaalf en
zestien jaar is strafbaar (seksueel binnendringen art. 245
Sr; ontuchtige handelingen art. 247 Sr), maar vervolging kan
pas plaats vinden als de jongere zelf, zijn ouders of de Raad
voor de Kinderbescherming een klacht hebben ingediend. Het
is niet de bedoeling dat een jongen van zeventien die met
zijn vriendinnetje van vijftien naar bed gaat, wordt vervolgd.
De formulering van de wetsartikelen laat daar ook de ruimte
toe, omdat ze gaan over het plegen van ontucht. Het is mede
aan de officier van justitie en de rechter om te oordelen
of daar sprake van is. Bij een groot leeftijdsverschil, bijvoorbeeld
bij seksueel contact tussen een man van veertig en een meisje
van dertien zal deze wel oordelen dat het om ontuchtige en
daarmee strafbare handelingen gaan.
De betekenis van ontucht is tijdgebonden en kan veranderen.
Seksuele contacten met 16 en 17 jarigen zijn onder omstandigheden
ook strafbaar, namelijk binnen een afhankelijkheidsrelatie,
zoals tussen ouder en kind, therapeut en cliënt, leraar
en leerling. Ook hier is de strafbaarstelling gebaseerd op
de gedachte dat degene over wie macht wordt uitgeoefend niet
in staat is in vrijheid te bepalen of hij een seksueel contact
wil.
Als er sprake is van verkrachting of aanranding van kinderen
dan zijn vanzelfsprekend de algemene artikelen 242 en 246
Sr van toepassing. De strekking achter de artikelen die seksueel
misbruik van kinderen strafbaar stellen is de bescherming
van kinderen. Dat geldt ook het kinderpornografieartikel.
Het verspreiden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren,
doorvoeren, uitvoeren of het in voorraad hebben van kinderpornografie
is verboden (art. 240b Sr) De bedoeling ervan is niet om anderen
te behoeden tegen het zien van seksueel prikkelend beeldmateriaal.
Het idee is dat strafrechtelijk optreden tegen kinderpornografie
een effectieve bijdrage kan leveren aan de bestrijding van
seksueel misbruik van kinderen.
Wat valt er onder kinderpornografie?
Het moet gaan om een afbeelding bijvoorbeeld een foto, een
film, een plaatje op het internet, waarop een kind dat kennelijk
jonger is dan zestien jaar, een seksuele handeling tentoonspreidt.
Hierbij moet uitdrukkelijk niet alleen gedacht worden aan
afbeeldingen van een verkrachting of aanranding d.w.z gedragingen
die als zodanig al een zedendelict opleveren, maar ook aan
bepaalde afbeeldingen van naakte kinderen alleen, afhankelijk
van de houding van het kind en de ambiance waarin de afbeelding
is gemaakt. Niet bedoeld worden onschuldige afbeeldingen van
deels of geheel naakte kinderen op het strand of op een naturistencamping.
Bijkomende omstandigheden kunnen een afbeelding van een(half)naakt
kind wel tot kinderpornografie maken, bijvoorbeeld een foto
van een naakt meisje dat in een gymzaal een spagaat maakt.
Dat is niet een houding van een klein kind dat in die ambiance
past.
We belanden bij de vraag wat wel of niet onder kinderpornografie
valt in een grijs gebied waarbij uitspraken van rechters,
gedaan onder invloed vaneen veranderende tijdgeest van grote
betekenis zijn. Dat geldt ook voor de invulling van het bestanddeel
‘in voorraad hebben’. Het lijkt er taalkundig
op dat het privé-bezit van kinderporno, voor de eigen
seksuele geneugtes, er niet onder valt.
Het begrip voorraad duidt op pluraliteit, op een hoeveelheid
goederen die bijvoorbeeld in een winkel of huis aanwezig is
en heeft een ‘externe gerichtheid’. De Hoge Raad
heeft uitgemaakt dat ook het enkele bezit van kinderporno
voor het eigen plezier (een boekje, een aantal plaatjes opgeslagen
op de computer) onder het bereik valt van in voorraad hebben.
We zien dat het verbod van seksueel misbruik van kinderen
is terug te vinden in diverse artikelen. We constateren ook
dat de termen pedoseksueel contact en incest die in het dagelijks
spraakgebruik en in sociaal wetenschappelijke literatuur worden
gehanteerd, geen juridische zijn. De verzamelterm voor plegers
van seksueel misbruik is veelal pedoseksueel, hoewel ook de
term pedofiel wel wordt gehanteerd. Naar mijn mening is deze
laatste term om seksueel misbruik aan te duiden stigmatiserend
voor iedereen die zich seksueel voelt aangetrokken tot kinderen.
Dat is namelijk de definitie van een pedofiel: degene die
zich seksueel voelt aangetrokken tot kinderen. Dat zegt nog
niets over de wijze waarop hij met deze verlangens om gaat.
Mogelijk spelen ze alleen een rol in zijn seksuele fantasieën
bij het masturberen. Ik pleit er voor de term pleger van seksueel
misbruik te gebruiken voor degene die ontoelaatbare seksuele
contacten met kinderen onderhoudt.
In sociaal wetenschappelijke studies wordt wel een indeling
gemaakt voor seksueel misbruik die gebaseerd is op de variatie
in aard en ernst. De volgende categorisering is overgenomen
uit de brochure "Seksueel misbruik van kinderen"
van het Ministerie van Justitie (p. 3):
- Licht: een eenmalig incident van relatief ‘onschuldig’
karakter zoals betasting van de geslachtsdelen boven of
onder de kleding. De dader gebruikt geen dwang, maar het
kind ervaart het wel als ongewenst.
- Matig: eenmalige of meermalige betasting van de geslachtsdelen
onder de kleding of masturbatie in bijzijn van het kind.
Het kind is in geringe mate afhankelijk van de dader (bijvoorbeeld
een jeugdleider). Die oefent geen lichamelijke dwang uit,
maar zet het kind wel onder druk of vraagt het om geheimhouding.
- Ernstig: (pogingen tot) penetratie of wederzijdse masturbatie.
Het kind is afhankelijk van de dader. Het misbruik houdt
minimaal een jaar aan. De dader gebruikt lichamelijke dwang
of psychische manipulatie.
- Zeer ernstig : meermalig, langdurig seksueel misbruik
(penetratie), dat minimaal een jaar aanhoudt. Het kind is
afhankelijk van de dader. Die chanteert het kind of gebruikt
lichamelijk geweld.
Ontwikkelingen in de wetgeving
In mei 2001 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend
tot het wijzigen van de zedelijkheidswetgeving die op onderdelen
relevant is voor seksueel misbruik van jeugdigen.
Strafbaarstelling van virtuele kinderporno
De strekking van het kinderpornografieartikel (art. 240b Sr.)
is de bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik. Volgens
de regering behoudt dit uitgangspunt haar geldigheid. Tegelijkertijd
stelt zij vast dat de moderne techniek met behulp van (digitale)
manipulatie het mogelijk maakt om levensechte beelden te vervaardigen
zonder dat daar echte volwassenen of kinderen bij zijn betrokken.
Deze vorm van kinderporno wordt virtuele kinderporno genoemd.
Het is dan moeilijk zo niet onmogelijk te bewijzen dat bij
de vervaardiging daarvan een echt kind is betrokken. Voor
de effectieve bestrijding van kinderporno, in het bijzonder
op internet, kan het nodig zijn om op treden tegen schijnbaar
echte kinderporno. Van politie en het openbaar ministerie
kan niet worden verlangd te bewijzen dat op aangetroffen materiaal
echte kinderen zijn betrokken. De strafbaarstelling lijkt
sterk ingegeven door bewijstechnische overwegingen en door
de consensus in internationaal verband over de wenselijkheid
van strafbaarstelling van virtuele kinderporno. In feite wordt
daarmee, naar mijn mening, gedeeltelijk het uitgangspunt verlaten
dat het kinderpornoartikel dient ter bescherming van het kind.
Verhoging van de leeftijdsgrens van 16 naar 18 jaar
in art. 240b Sr
Om in de pas te lopen met internationale regelgeving wordt
de leeftijdsgrens verhoogd van 16 naar 18 jaar. Dat geldt
voor alle gedragingen die onder art. 240b vallen. Dat betekent
dat ook de vervaardiging en het bezit voor eigen gebruik van
een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij een al dan
niet echte persoon van 16 tot 17 jaar is betrokken onder het
strafrecht komen te vallen. Tegen het strafbaar stellen van
kinderporno ten aanzien van 16- of 17-jarigen kan men aanvoeren
dat het hebben van seks met een persoon van die leeftijd lang
niet altijd strafbaar is, uitgezonderd situaties zoals seks
in een ouder-kind relatie of tussen docent en leerling. Het
vertrouwen van de regering in een evenwichtig en zorgvuldig
gebruik van het opportuniteitsbeginsel moet waarborgen dat
deze bepaling in de praktijk op een juiste en verantwoorde
wijze wordt toegepast. Zo zal vervolging achterwege moeten
blijven als een minderjarige op geen enkele wijze in zijn
belangen is geschaad.
Aanpassing van de wettekst: ´in bezit hebben´
Met de toevoeging van ´in het bezit hebben´ van
kinderporno aan art. 240b Sr. zal de wetgeving aansluiten
bij de ruime interpretatie die door de Hoge Raad aan onder
´het in voorraad hebben´ van kinderporno is gegeven.
Afschaffing van het klachtvereiste
Het klachtvereiste is van toepassing bij het plegen van ontuchtige
handelingen met een minderjarige tussen 12 en 16 jaar. Uit
onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut is gebleken dat
dit klachtvereiste niet naar bevrediging functioneert. Het
klachtvereiste maakt het mogelijk dat strafrechtelijk wordt
opgetreden naar aanleiding van een klacht van de wettelijk
vertegenwoordiger, terwijl de betrokken jeugdige geen vervolging
wil. Bovendien blijkt in de praktijk het onderscheid tussen
het indienen van een klacht en het doen van aangifte enigszins
te vervloeien. De doeleinden van het klachtvereiste zijn enerzijds
de bescherming van het kind tussen 12 en 16 jaar en anderzijds
het recht van het kind op seksuele ontplooiing. Deze doelen
zijn volgens de regering beter langs een andere weg te realiseren.
Het klachtvereiste kan komen te vervallen en daarvoor in de
plaats komt het recht van de jeugdige om te worden gehoord.
Via het hoorrecht kan de jeugdige zijn zienswijze over de
seksuele gebeurtenissen waarbij hij is betrokken kenbaar maken
en eveneens zijn wenselijkheid van strafvervolging. Het hoorrecht
moet waarborgen dat strafrechtelijk optreden volgt waar dit
geboden is en dat het achterwege blijft, indien de belangen
van de jeugdige daar om vragen.
Wetboek
online |